Joke Hansen

Works
What remains (2021) | 60 x 60 cm | oil on canvas
What remains
Black, yellow, red (2021) | 150 x 175 cm | Oil on canvas
Black, yellow, red
Even if the skies get rough (2021) | 140 x 150 cm | oil on canvas
Even if the skies get rough
Richard (2020) | 100 x 100 cm | Oil on MDF panel
Richard
Mogwai (2020) | 90 x 80 cm | Oil and spray paint on MDF panel
Mogwai
Undercut (2020) | 76 x 60 cm | Oil on panel
Undercut
Dobermann (2020) | 180 x 126 cm | Oil and chrome spraypaint on canvas
Dobermann
Fast Draw (2020) | 50x82cm | Oil on MDF panel
Fast Draw
Gallery exhibitions
Cutouts and found papers
-
External exhibitions
Nuages
-
Between Canyons and Deserts
-
Biography

Joke Hansen (°1979, Bilzen – woont in Bilzen en werkt in Hasselt) heeft het traditonele canvas ingeruild voor uitgesneden ‘Cutouts’. Uitgedaagd door de fysieke grenzen van haar zelf uitgesneden houten dragers, verkent Hansen het beeld en het vlak met olieverf en spraypaint. Met gearticuleerde penseelstreken reageert ze op de vorm, wat vaak leidt tot radicale beslissingen en verrassende wendingen. Het resultaat biedt een open einde, gericht op de hiaten in haar persoonlijke interpretatie van de werkelijkheid; in het geval van Hansen kan dit een plaats, een object, een personage of een combinatie van alles zijn.

Text

Het werk van Joke Hansen (°1979) manifesteert zich als één grote verzameling vraagstukken naar het hoe en wat van de schilderkunst. Hansen is in haar werk onophoudelijk in beweging en op zoek naar de volgende stap, ‘the next level’ om antwoorden te vinden op de schilderkunstige vragen die zich aan haar opdringen. Precies dat continue in beweging zijn in het zoekproces vormt regelmatig het onderwerp van haar beeldtaal, zoals bijvoorbeeld in de schilderijen Maze (2020) of Minecraft (2020), twee schilderijen die een loop- of klimparcours lijken voor te stellen, met titels die verwijzen naar de wereld van het computerspel en het gamen. Hier is het echter niet de gamer die in de huid kruipt van een avatar die op avonturentocht moet en allerlei hindernissen moet overwinnen om zo telkens verder en verder te kunnen klimmen; het is de kunstenaar zelf en daarna de toeschouwer, die de eindeloze weg van kijken, herbekijken en herijken moet gaan.
Als in eenzelfde oneindige oefening van kijken, herbekijken en herijken, cirkelt Hansen in haar werkwijze non-stop rond het maken van schilderijen, collages en sculpturen, met de discipline van de schilderkunst als onmiskenbare as van waaruit haar beeldend denken vertrekt, het leitmotiv in haar niet aflatende zoektocht naar het vinden van het juiste beeld. Door zowel op het vlak van de vorm en de drager als op dat van de verfhuid de grenzen van het medium tot op het bot af te tasten, doen haar werken zich vaak bijna als een fremdkörper voor, als zijn ze zelf verbaasd dat ze uiteindelijk zijn geworden wat ze zijn.
Dit niet uit de weg gaan van fundamentele vragen over de schilderkunst, dit onuitputtelijke zoeken en radicale doordrijven van het schilderen op doek leidde een jaar of twee geleden tot Hansens eerste ‘cut outs’ en ‘shaped canvases’, zoals ook in deze tentoonstelling te zien. Haar schilderpraktijk werd sindsdien een permanente en haast obsessionele poging om uit het traditionele doek te breken, een constante discussie met en manipulatie van het klassieke doek of paneel in haar gesloten vorm; rechthoek, vierkant, cirkel, ovaal. Meer dan eens vormt ‘een weg die moet worden afgelegd’ ook het onderwerp van een schilderij: een buizenstructuur, u-vormige leidingen, technische omgevingen, een uitlaatpijp die uitmondt in een wolk die een onomatopee lijkt te zijn geworden voor ‘exit’. Werken als U-turn (2018), Funk (2019) en Mogwai (2020) zijn hier mooie voorbeelden van. Het komt in Hansens werk soms tot erg futuristische fantasiebeelden, die hier en daar vermenselijkt worden doordat er ogen (een blik die terugkijkt naar de kijker die het schilderij bekijkt) aan toegevoegd worden of andere vormen die bijna baldessariaans herinneren aan menselijke zintuigen en de schilderijen een zelfbewust karakter geven, als keren zij de kijkrichting om.
Slechts twee van de negentien (klopt dit?) werken die Hansen in ‘Stalen’ toont, zijn op een rechthoekig doek geschilderd. In deze schilderijen zijn vormelijk reeds referenties te vinden naar de latere gesculpteerde doeken, maar ze blijven nog netjes binnen de verwachtingen van de geijkte omtrek van het doek. Bij de kijker brengt dit onwillekeurig een nieuwe bewustwording teweeg: hij zal merken hoe de aandacht bij vrij gevormde doeken niet zozeer bij het ‘wat (wordt hier afgebeeld)’ maar bij het ‘hoe (wordt hier afgebeeld)’ komt te liggen. Bij het bekijken van een klassiek schilderij is de kijker eerder begaan met wat het (afgebeelde) voorstelt of betekent en minder met de aanwezigheid van het doek als object, het schilderij als een fysieke aanwezigheid in de ruimte, aan de muur. Door shaped canvases en cut outs te tonen, brengt Hansen ook de toeschouwer dus tot een ander ‘level’ van kijken, lezen, begrijpen.
Dit in opstand komen tegen de vastgelegde grenzen van de schilderkunstige standaarden is uiteraard niet nieuw. Onder andere een Frank Stella bijvoorbeeld besliste in de jaren ’60 van vorige eeuw al om de ‘left-overs’ uit zijn composities weg te nemen om aldus de suprematie van het doek over het beeld (en omgekeerd) teniet te doen, de ‘tirannie’ van de rechthoek te breken. Ook dit is bij Hansen een belangrijke drijfveer: het zich verlossen uit de dogmatische beperkingen van het schildersdoek door al vanaf de eerste handelingen (bij het beslissen welke vorm het doek gaat krijgen) het hele verdere maakproces te bepalen.
Niet alleen in de vorm verkent Hansen de dimensies van het medium, ook in verfgebruik, penseelvoering en borstel- of kamstreek laat ze allerlei onverwachte vormen, kleuren en texturen op het oppervlak los. Het zoeken naar expressie in verschillende manieren van verfaanbreng, kleurgebruik en -combinaties, wordt een doel op zich. Zo kan het dat een kille, machinaal-technologische chroomkleur pontificaal naast/tegen een zachtroze of lichtblauwe pastelvorm wordt aangebracht. Hard en zacht, luid en stil, ratio en gevoel worden hier als was het heel gewoon tegenover of naast elkaar geplaatst. Hansen behandelt ze als evenwaardig in hun verschijnen en laat de dissonantie en het ‘tegenwringen’, de soms ‘twistende’ kleuren er gewoon zijn, ze laat het gebeuren. De doorlopend cartooneske elementen en verwijzingen naar comics geven het werk van Hansen een ironische inslag maar eerst en vooral een spits en geestig karakter, dat de kijker prikkelt om op zijn beurt zijn manier van kijken in vraag te stellen. Haar werk presenteert zich als een onbegrensde en verfrissende staalkaart van de (schilderkunstige) wereld zoals ze is: niets is onmogelijk en mocht dat toch zo lijken, dan is het alleen maar een kwestie van aanpassen, herpuzzelen, hervormen. De revolutie ligt altijd binnen handbereik.

Iris Paschalidis, Gent, 15 maart 2021

Groot Park 2
3360 Lovenjoel
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u