Lieven De Boeck

Lieven De Boeck (°1971, Belgium)
Woont & werkt in Brussel
Medium: installaties in glas, textiel, neon

Works
Le Désir (2020) | knitwear: 45 x 70 cm - glass: 40 x 30 x 30 cm | glass, wool, cotton | photo: Matthias Van Rossen
Le Désir
Défence d'afficher (2014) | 70 x 100 cm | neon - pigment | Photo: Rik Vannevel
Défence d'afficher
White Flags (2014) | 193 flags | dimension variable | tulle, nylon & embroidery | Photo: J.C. Lette
White Flags
Mikado LDB Modulor (2013) | plinth 200 x 200 cm / single Mikado (28 sticks) 150 cm | glass | Photo: Matthias Van Rossen
Mikado LDB Modulor
Moule en verre (2014) | 9 x 9 x 9 cm closed | crystal glass | Photo: Enrico Florese
Moule en verre
I am I (2017) | 900 x 50 cm | knitwear: wool, cotton, mohair | Photo: Philippe De Gobert
I am I
Meters, LDB meter, Coil Spring (2016) | 8 x 6 cm / 8 mm section | neon | Photo: Rik Vannevel
Meters, LDB meter, Coil Spring
Sã (100) (2015) | coloured Crystal glass blocks positioned on six tables with six silkscreen diagrams, table 80 x 80 x 80 cm | photo: Enrico Florese
Sã (100)
Biography

Artist Statement

I am an artist and architect. My practice touches upon many areas of contemporary art which includes passive categories such as: process art, the monochrome, minimal art, conceptual art, political art, environmental art, body art, participation and performance. I also work with burning and contested issues such as: the status of the object as communication or consumer identity; notions of authorship and the relationship between artist and audience; questions of identity; sexuality; decolonization and cultural difference; and the relationship between art and life. I see all of these areas and issues as interconnected within a specific frame of reference, i.e. giving a central place to the belief in the creative mind of the viewer.

My work can be seen as research about language and space from literature, art, architecture and urbanism. It also relates to different strategies of organizing, distributing and handling information. My practice involves the relationship between different disciplines and spaces and I’m very interested in how the context defines the meaning of a certain manifestation. On one side, my work is concerned about the strategies necessary to construct a context and how spaces can be appropriated by doing this. The other side is trying to find new paths for reading within the given structures.

In this sense, I work as a kind of archaeologist of the recent past, trying to understand the physical transformations affected by human activity.

Lieven De Boeck

Text

“Wanneer komt een kunstwerk tot stand?” Misschien bestaat een kunstwerk alleen als een afdruk, een spoor of een moment? Lieven De Boeck maakt zulke momenten zichtbaar door de combinatie van verschillende technieken, ambachten en materialen. Hij creëert een conceptuele en fysieke omgeving als een potentiële ruimte waar kunst, mensen en ideeën in aanraking komen, en vorm en betekenis geven aan elkaar.

Met zijn onderzoek naar wat hij "Het archief van de verdwijning" noemt, verkent De Boeck de levenscyclus van een kunstwerk. Vertrekkend van de vraag: "wanneer is kunst?", stelt hij de stabiliteit van de status van het werk in vraag door een reeks van momenten op te roepen waarin het werk heen en weer pendelt tussen verschillende stadia van verdwijnen en weer opduiken (verschijnen). Parallel aan het onzichtbare bestaan van een werk dat stilletjes opgeborgen ligt, is er de mogelijkheid om het opnieuw te activeren. Terminologieën worden herschikt, presentatie wordt vervangen door heruitgave, en tentoonstelling wordt een plaats van activatie, om zo te komen tot “een plaats in tijd en ruimte, of een context waarin het werk tot stand kan komen.” Maar de vraag naar de tijdelijkheid (wanneer) staat niet op zichzelf. Integendeel. De vragen vermenigvuldigen zich als men begint na te denken over de vele factoren die de conditie opbouwen waarin activering kan plaatsvinden. We worden nu gedwongen na te denken over de instanties (wie), ruimten (waar) en modaliteiten (hoe) die leiden tot het verschijnen van een werk. Door die epistemologie van het kunstwerk creëert De Boeck een perspectief dat verder reikt dan de vorm, en ziet hij het ontstaan van een kunstwerk als een gelaagd proces. In zijn artistieke praktijk komen die lagen samen in de performativiteit.

Richard Of York Gave Battle In Vain is een reeks neon sculpturen, in de zeven kleuren van de regenboog, die elk de handtekening van de kunstenaar weergeven. Het kleurenspectrum is vertaald in een mnemotechnisch acroniem waarbij elke beginletter staat voor een kleur (Richard=R=Red, Of =O=Orange…). Een raadsel om te ontcijferen. Een woordspel dat verwijst naar het naamgevingsproces. De handtekening als teken van auteurschap en authenticiteit wordt herhaald, uitvergroot en in zekere zin tenietgedaan in een uitwerking die een citaat is van Marcel Broodthaers’ spel met zijn eigen initialen ‘MB’. Anderzijds bevestigt de handtekening ook een ‘aanwezigheid’, die alleen geldig gemaakt kan worden door zijn contrasignatuur, de getuige. Is de handtekening een vraag voor legitimatie, of maakt het vermenigvuldigen ervan haar tot waardeloze oplichterij, die niets meer is dan een vervalsing? Of misschien iets ertussenin? De Boeck behandelt taal als een onafgewerkte puzzel, een gefragmenteerd beeld, een performatief gebaar.

Een gebreid kledingstuk verbindt Lucie met Rachael. Verschillende symbolen zijn aaneengehecht tot één gebreid geheel, dat zich ontvouwt als de twee performers van elkaar wegdraaien. Lucie en Rachael sommen dingen op die hen 'definiëren', zoals hun lievelingskleur, hun nationaliteit, hun 'totemdier', enz. Ze geven zichzelf bloot als een open boek. Maar onder de oppervlakte van deze ‘enge’ attributen, kan men slechts een glimp opvangen van de onderliggende stilte, van al die onuitgesproken woorden die hun zijn maken. De installatie en performance I am I verwijst naar de persoon als een mal (een omhulsel), die we maken, die we bewonen en die we ook potentieel telkens opnieuw kunnen heruitvinden.

Verwijderd van onveranderlijke vormen en normen wordt identiteit voorgesteld als een wisselend omhulsel. “Als singulariteit vastgelegd zou worden als de norm, dan zou er helemaal geen norm zijn.” Door het “singuliere” als vertrekpunt te nemen, geeft De Boeck dingen een andere naam, en spreekt hij een eigen taal. Als men zegt dat taal de realiteit bepaalt, wat zou er dan gebeuren met de realiteit als de taal zelf veranderd, verdraaid en vervormd zou worden?

Ronddwalend door de mechanismen van de taal ontmoet De Boeck de beperkingen van standaarden en normen. Hij ontwijkt die universele systemen door bijvoorbeeld zijn eigen maatschaal te verzinnen of door een alfabet samen te stellen dat bestaat uit tags die hij heeft gevonden in de straten van New York. Citeren speelt een sleutelrol in z’n gelaagde taalspel. Telkens wanneer een werk wordt herhaald, verschijnen, verdwijnen en verschijnen er tekens. Zulke tekens activeren de ruimte; ze fungeren als de afstand tussen een origineel en zijn meervoudige herhalingen. Dat proces van eindeloze herhaling is ook manifest in de Möbiusvorm die een centrale rol speelt in het project Le Désir, en die een bijzonder gevoel van materialiteit overbrengt.

De Möbius, een kronkel zonder begin of einde, alludeert op de altijd onvervulde hunkering die wij verlangen noemen. Er zit een zekere speelsheid in de kleurige vormen en de gebreide teksten, die gelinkt zijn door een verlangen om de uitdaging aan te gaan met materialen en technieken. De Möbiusring is een bijzonder lastige vorm voor glasblazers, omdat hij een heel specifieke choreografische vaardigheid van de maker vraagt. Breiwerk, net als glaswerk, spreekt de kunstenaar aan vanwege de onvoorspelbaarheid van het resultaat: “je weet nooit precies hoe het er uiteindelijk zal uitzien”. Het werk stelt zeven protagonisten voor die de hoofdactoren belichamen in de kunstwereld: de kunstenaar, de curator, de mecenas, de galeriehouder, de verzamelaar, de criticus en de bezoeker. Hun verlangens zijn verwerkt in breiwerken, zitten opgesloten in de rondingen van het glaswerk, en worden uitgesproken tijdens een performance. Tussen een performatief en een beeldend gebaar in, vertolkt Le Désir het lexicon dat het maken en het verspreiden van kunst omgeeft en doordringt, en draagt zo bij aan een praktijk die probeert te herdefiniëren wat bepalend is in het proces van het verschijnen en verdwijnen van een kunstwerk.

Sofia Dati

Groot Park 2
3360 Lovenjoel
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u