Nancy Moreno

Jardin des plantes dyptich (with a dark side) (2019) | 35 x 26 cm each | oil painting on wood
Jardin des plantes dyptich
Escargot (2019) | 18,5 x 16 cm | oil painting on wood
Escargot
Fleurs et abeille (2017) | 30 x 25 cm | oil on wood
Fleurs et abeille
Jardin des plantes (2019) | 27 x 25 cm | oil painting on wood
Jardin des plantes
Transaction (2019) | 18,5 x 16 cm | oil painting on wooden panel
Transaction
Voie médiane outremer (2019) | 23 x 18 cm | oil painting on wooden panel
Voie médiane outremer
Voie médiane rouge anglais (2019) | 23 x 16 cm | oil painting on wooden panel
Voie médiane rouge anglais
Sans contact (2019) | 19 x 23 cm | oil painting on wood
Sans contact
Selected Exhibitions
Déréalisation
-
Selected Art Fairs
Art Rotterdam 2020
-
Biography

Nancy Moreno (1990, FR) leeft en werkt in Brussel. Zij studeerde af in 2014 aan La Cambre met een Master in Visual Arts (Drawing). Haar tentoonstellingen van de laatste jaren: 'Coaltar' in de artist-run space Island in 2017 in Brussel (solo); 'Aiming for the Bull's eye' in De La Charge in 2013 in Brussel (solo); 'Noli me tangere' in the cultureel centrum in Namen, gecureerd door Tania Nasielski in 2019 (groepstentoonstelling); 'La Poursuide des choses évidentes' in het historische gebouw aan de Brasserie Atlas in Anderlecht in 2019 (groepstentoonstelling). Nancy Moreno was één van de oprichters van de artist-run space Abilene.
'Déréalisation' is Moreno's eerste solo-tentoonstelling buiten Brussel; zij brengt er volledig nieuw werk.

Text

Parfois, la vie vous apparaîtra simplement comme une expérience incongrue

(12.07.2018) Een onbewuste ontmoeting tussen mezelf en een schilderij.
(28.11.2018) Een bewuste ontmoeting met de kunstenaar.

Deze tekst overspant vier maanden aan gefragmenteerde observaties en gedachten. Een poging tot het schriftelijk capteren van de ontluikende praktijk van kunstenaar Nancy Moreno (FR, 1990).

Ik ben deze zomer verliefd geworden. Geïsoleerd op een witgekalkte paal, drong ze zich aan mij op. In Molenbeek, in de toren van Babel, liet ik alle taligheid ter zijde. Ik wist haar naam, noch leeftijd. Ik staarde minutenlang, onwetend. De (vergeten) kunst van het kijken. Ik gaf mezelf een schouderklopje. Ze was van hout. Geen bol getrokken gerecupereerd paneeltje of proper gelasercutte ondergrond, maar een wat dikker uitgevallen rechthoek. Ik vermoedde multiplex. Ze verbeeldde een geabstraheerd nachtelijk landschap waarbij door reflectie van de ondergaande zon in de atmosfeer de wereld nog even wordt verlicht op het moment dat de zon in feite al achter de horizon is verdwenen. Geen pathetische snapshot, maar een in olieverf gevat beeld in transitie, zoals dat alleen in de schilderkunst kan. Het was daarbij zo’n werk dat je blik doet transformeren in een lens. Ik stapte naar voor, kneep mijn ogen dicht tot maansikkels om vervolgens weer afstand te nemen en het werk haar ademruimte te gunnen. Deze handeling herhaalde ik een aantal keer. Wat ik zag, was ontzettend mooi. En ja, mooi is hier simpelweg die vlag die voor velen nooit de lading dekt.

‘Aube Grise’, hoor ik, ‘Het is van Nancy Moreno’, voegt ze nog toe. Instinctief – als een kind van mijn tijd - grijp ik naar mijn gsm om het internet te bevragen. In een fractie van een aantal seconden wordt mijn visuele coup de foudre ontmaskerd door namen, feiten, data, visuele en literaire referenties. Ik besefte pas later dat ik op dat moment definitief het vacuüm van het onwetend kijken had verlaten. Nancy Moreno en ik blijken in leeftijd slechts enkele maanden te verschillen. Ze groeit op in Montauban, een middelgrote stad met historisch cachet, in het zuiden van Frankrijk, waar ooit ook schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres en beeldhouwer Emile-Antoine Bourdelle het levenslicht zagen. In 2014 studeerde ze af met een Master in de Tekenkunst aan La Cambre in Brussel, een stad waar ze sindsdien woont en werkt en samen met vier anderen de – ondertussen ontbonden – artist-run space Abilene sticht. Ik klik de tabbladen weg omdat ze mijn herinnering aan het kleine schilderij geleidelijk aan verdringen.

De daaropvolgende maanden haal ik de foto, die ik van het schilderijtje genomen had, te pas en te onpas boven. Met een onzekerheid van vrouwen in pashokjes, peil ik naar de mening van collega’s. Totaal nutteloos, want net zoals vrouwen in pashokjes, heb ik mijn keuze al lang gemaakt. Ik neem het beeld overal mee. Tijdens de talloze treinritten tussen Brussel en Hasselt projecteer ik het als alternatief op het Vlaamse achterland en wanneer ik door de voorgeprogrammeerde achtergronden in mijn Chinese gsm scrol, vind ik haar mystieke gradiënt – van oker, via mosterdgeel en appelblauwzeegroen naar nachtelijk blauw – als een mogelijke optie terug. Ik besluit Nancy Moreno te contacteren.

Overdag is ze niet beschikbaar want ze is aan het werk. Moreno heeft een erg pragmatische visie op het kunstenaarschap en bij uitbreiding op haar leven. In haar bio schrijft ze namelijk zelf dat ze na haar afstuderen in 2014 drie jaar lang op zoek gaat naar een job die haar onafhankelijkheid en inkomen verleent. Een zoektocht die ze doet primeren op haar artistieke praktijk want in deze periode produceert ze nagenoeg niets. Na de gebruikelijke omzwervingen in de horeca, komt ze uiteindelijk in het atelier van kunstenaar Sanam Kathibi terecht waar ze, vandaag nog steeds, als assistente de productie mee ondersteunt. De stabiliteit van haar positie in het atelier van Kathibi geeft haar in 2017 de zelfzekerheid om haar eigen praktijk terug op te nemen.

Op een doordeweekse avond in november ontmoeten we elkaar dan eindelijk in haar atelier in Molenbeek. Daar schuifelt ze samen met haar Perzische kat langs het sobere interieur. Haar leefruimte, is haar werkruimte, maar geen van beide invullingen domineert en contrasteert met de vele ateliers die ik in het verleden bezocht. Ze heeft voor de gelegenheid al haar picturale werken – een zevental in totaal - geëtaleerd wat maakt dat ik na lange tijd terug oog in oog sta met ‘Aube Grise’; de valavond die een ochtendgloren bleek te zijn.
De titel is gebaseerd op een passage uit ‘Le Solitaire’ de roman van de Roemeens - Franse toneelschrijver Eugène Ionesco uit 1973 waarin het hoofdpersonage, een 35-jarige man op dool in de moderne stad, zijn leven op existentiële wijze deconstrueert tot haar schrale fundamenten. Een confronterende oefening in introspectie met de gebruikelijke collateral damage als gevolg. De man is een speelbal van zijn emoties en gedachten. Hij ervaart, maar begrijpt ze niet waardoor hij zijn handelingen niet kan aanpassen. Een eeuwig falen.
Een prikkelende passage is deze waar het hoofdpersonage in gesprek gaat met een filosoof die hem zegt dat zijn existentiële vragen bovenal banaal zijn. Het hoofdpersonage reageert als volgt; “Évidemment, répondis-je, vous connaissez ces problèmes, vous avez lu, vous avez du savoir, mais ces questions me secouent, elles sont vivantes pour moi. Pour vous, ces problèmes ne sont que de la culture. Vous ne vous réveillez pas tous les jours dans l’angoisse à vous demander quelles sont les réponses, à vous dire qu’il n’y a pas de réponses. Mais vous savez que tout le monde s’est posé ces questions. Vous savez qu’on n’y a jamais répondu, et qu’on ne peut y répondre. Seulement, chez vous, tout cela est catalogué. Puisque vous savez que ces problèmes sont posés, puisque vous savez qui les a posés, puisque vous savez qu’il y a tant de traités et de livres qui ont abordé ces sujets, vous ne vous les posez plus, vous avez mis ça de côté, quelque part dans votre mémoire. Mais oui, pour vous ce n’est que de la culture. On a cultivé le désespoir, on en a fait de la littérature, des œuvres d’art. Cela ne m’aide pas.”

Ik wil deze referentie verder uitwerken, maar er valt me opeens iets op dat ik vorige keer niet heb gezien. Op het voorpand van het schilderij, schijnbaar in de buik van de heuvel, zit een konijn. Ik zie haar contouren en die laten door de aanwezigheid van twee lange opstaande oren en een gebolde rug, weinig aan het toeval over. Ik denk aan een prent uit ‘Le Petit Prince’ van Antoine de Saint-Exupéry waarin een boa een olifant verteerd en de kleine prins deze act tekent “afin que les grandes personnes puissent comprendre. Elles ont toujours besoin d’explications.” ‘Aube Grise’ is een palimpsest die zijn gelaagdheid slechts mondjesmaat vrijgeeft.

De andere werken in de atelierruimte zijn olie op doek. Grote formaten die allen deel uitmaakten van ‘Coaltar’, Nancy’s eerste en tot nog toe enige solotentoonstelling, in de lente van 2017 in artist-run space Island. Stilistisch gezien slaat ze met deze werken een heel andere weg in. De beelden bestaan bij de gratie van kleur die ze als een kolkende vlammenzee lijkt te bestieren zodat deze een Engelse tuin, een gezicht of twee Aronskelken laten verschijnen. Verschijnen lijkt me geen ongepast werkwoord in deze context want ik kan me niet ontdoen van het gevoel dat deze beelden een mystieke, spirituele kracht bezitten.

Nancy vertelt me dat het zelfportret – die me ondertussen ononderbroken in de gaten houdt – haar eerste schilderij is en ze deze oefening sindsdien een aantal keren, telkens licht wijzigend, herhaalt. In eerste instantie, interpreteer ik het zelfportret als het resultaat van een opdracht die in elke academie aan de starters wordt opgedragen en in mijn herinnering ook nog eens gecombineerd wordt met misplaatste aanmoedigingen en hier dus platitudes als “iedereen is een kunstenaar”, maar naar verloop van ons gesprek, moet ik mijn analyse bijstellen. Net zoals de schrijvers waarmee ze zich in haar denken graag laat omringen, is ze op haar hoede voor de schaduwzijde van de zogenaamde hoge cultuur en de intellectuelen die zich ermee inlaten. Haar zelfportret is veel meer dan een gedeformeerde selfie. Het is een eigentijdse allegorie en zinnebeeld de menselijke trots. Door – met de nodige ironie – zichzelf te onderwerpen aan deze ontmaskering, toont ze haar medeplichtigheid, maar evenzeer haar scherp zelfbewustzijn als jonge vrouw en kunstenaar op dool in de moderne stad.

Louise Osieka