Tatjana Gerhard

Artist portfolio
Ohne Titel (2015-2017) | 150 x 200 cm | oil on canvas
Ohne Titel
Ohne Titel (2017) | 92 x 73 cm | oil on canvas
Ohne Titel
Ohne Titel (2017) | 92 x 73 cm | oil on canvas
Ohne Titel
Ohne Titel (2017) | 82 x 65 cm | oil on canvas
Ohne titel
Untitled (021) (2018) | 58 x 50 cm | oil on canvas
Untitled (021)
Ohne Titel (2019) | 82 x 65 cm | oil on canvas
Ohne titel
Untitled (001) (2019) | 65 x 58 cm | oil on canvas
Untitled (001)
Untitled (003) (2019) | 58 x 50 cm | oil on canvas
Untitled (003)
Gallery exhibitions
The painted picture show
-
Text

ONRUST

De eerste artistieke indrukken die Tatjana Gerhard zich kan herinneren zijn de schilderijen van de Kroaat Josip Generalić (1936-2004). De Kroatische moeder van Tatjana Gerhard kende de kunstenaar persoonlijk en bewonderde zijn naïeve vormentaal en escapistische droomtaferelen. Zij introduceerde het werk in haar Zwitserse schoonfamilie en zo groeide Tatjana Gerhard op in Zürich tussen bizarre, wereldvreemde schilderijen die echo’s vormden van haar moederland. Tatjana Gerhard herinnert zich dat ze eigenlijk niet erg hield van de werken van Generalić, ze vond ze eerder vreemd, alsof het nare beelden waren van een land dat ze niet kon herkennen. De landschappen en boerenportretten van Generalić zijn dan ook allerminst vrijblijvende decoraties maar bezitten een mysterieuze, soms onheilspellende lading, die helemaal niet overeen kwam met haar perceptie van Kroatië, het land dat zij vooral kende van de lange en vrolijke zomervakanties met de familie.

Misschien was het werk van Generalić in haar kindertijd toch onbewust een stoorzender in de perceptie van haar moederland, maar wat gebeurde toen Tatjana Gerhard iets ouder was, haalde alles onherroepelijk ondersteboven. In 1991 barstte het echte onheil uit in Kroatië en werd het feeërieke landschap met de kale bomen van Generalić het schouwtoneel van een bloederige gruwel uit de ergste nachtmerrie. Door de onafhankelijkheidsoorlogen in de Balkan sloeg in geen tijd de barbarij toe, verschrikking van geweld en moord, van etnische zuiveringen en bloedbaden. Toen de oorlog begon was Tatjana Gerhard 17 jaar, op de grens tussen jeugd en volwassenheid. De oorlog was ontzettend dichtbij door het nauwe contact met een aantal familieleden die in het oorlogsgebied gebleven waren, en toch ook zeer veraf in het veilige Zwitserland, waar ze niet anders kon dan de fundamentele onmacht te voelen om een dergelijke nachtmerrie een plaats te geven, het te vatten en erop te reageren.

Het lijkt niet vreemd dat Tatjana Gerhard koos voor een artistieke opleiding. Als kunstenaar ontwikkel je de mogelijkheid om te reageren op deze wereld, niet door het verheffen van de stem of het opnemen van de wapens, maar door beelden te creëren die aan het denken zetten en de verbeelding aanspreken. Toch was het pas begin 2000, enkele jaren na het einde van de oorlog in Kroatië, dat ze haar schilderkunstige aspiraties echt wist te articuleren. Pure schoonheid of formeel experiment konden niet echt voldoening brengen, maar evenmin het letterlijk voorstellen van menselijke drama’s. Van bij het begin was schilderkunst een zoekproces, zonder te vervallen in virtuoze trefzekerheid. Tatjana Gerhard zal wel vaker teruggedacht hebben aan de naïeve kunst uit haar kindertijd. Kroatië kent overigens een belangrijke traditie van autodidactische kunstenaars die zich, ondanks een beperkte schildertechnische kennis, wisten uit te drukken met een zeer persoonlijke beeldtaal. Onze hedendaagse smaak zal die kunstvorm misschien snel als lelijk of kitscherig catalogiseren, desalniettemin blijkt het vaak een zeer geïnspireerde en authentieke kunstbeleving te zijn die er aan de grondslag van ligt.

Alleszins was het niet de bedoeling van Tatjana Gerhard om schilderijen te maken in de traditie van die naïeve kunst, maar wel te zoeken naar een gelijkaardige plastische eerlijkheid of de magie die uit een beeld kan voortvloeien. In die zin is haar queeste niet die naar de ultieme schoonheid. Integendeel, je kan zelfs vermoeden dat ze de toeschouwer net wil uitdagen met lelijkheid, met deformaties en grimassen, met wilde verftoetsen en ‘vuile’ kleurcontrasten. Toch kunnen we haar niet verdenken van het bewust lelijk of slecht schilderen als ironische pose aan te nemen, daarvoor is haar werk te doorleefd en haar attitude te eerlijk en authentiek. Wat haar fascineert is de brutaliteit van lelijkheid en hoe ze die lelijkheid kan ombuigen in een spannend plastisch avontuur. Lelijkheid wordt al van oudsher in verband gebracht met het duivelse, terwijl schoonheid dan iets goddelijks zou zijn. Met andere woorden, is het niet enkel door lelijkheid te tonen dat we iets kunnen zeggen over onze menselijke conditie? Zijn de meest fascinerende verzen uit de Divina Commedia niet net die waarin Dante naar de diepste en vreselijkste krochten van de hel afdaalt? Schoonheid wordt nu eenmaal snel vervelend en monotoon terwijl lelijkheid onze verbeelding tart. In het jaar 1907 bijvoorbeeld werden zonder twijfel heel veel mooie schilderijen gemaakt, maar het werk waarover tot op vandaag de meeste inkt vloeide is toch het brutale, en volgens sommigen zelfs afschuwwekkende, doek Les Demoiselles d’Avignon van Picasso.

Tatjana Gerhard ontplooit een zekere overdaad in haar schilderijen: laag over laag, beeld over beeld. Die overdaad zou evengoed als anti-esthetisch kunnen geïnterpreteerd worden, aangezien ze ingaat tegen het modernistische schoonheidsideaal van uitzuiveren en vereenvoudigen, tegen het ‘less is more’- principe. Het lijkt alsof ze in haar atelier met haar penselen en verf strijdt tegen de leegte van het witte doek. Haar doeken groeien dan ook organisch en intuïtief, zonder vooropgesteld eindbeeld. Tatjana Gerhard zoekt tijdens het schilderen voortdurend naar oplossingen om de compositie spannender te maken. Aangezien het maken van een kunstwerk voor haar een zoektocht is, weet ze niet op voorhand waar het schilderen haar naartoe zal leiden en kan ze zich verloren wanen in een schilderkunstig plot, tot zich plots een oplossing aandient. Tegelijk geeft ze zelf aan dat ze haar werk het interessantst vindt op het moment dat het nog in haar atelier staat en twijfelend balanceert tussen onaf en af. Is een schilderij überhaupt ooit af? Is twijfel niet essentieel in de ontplooiing van een oeuvre? En zet de kunstenaar niet per definitie het schilderkunstige avontuur verder in een volgend doek?

Het werk van Tatjana Gerhard confronteert ons met een zekere onrust, een gevoel dat ook de kunstenaar zonder twijfel ondergaat als ze aan het werk is in haar atelier. De kunstwereld lijkt voor velen misschien een sociaal en mondain gebeuren, het leven van de kunstenaar is er daarentegen een van eenzaamheid en twijfel, en van de onrust die daaruit voortvloeit. De existentiële onrust die zich in het werk nestelt wordt verbeeld door de vervreemde mens in een ongedefinieerde ruimte. De wereld die Tatjana Gerhard uitbeeldt wil je niet zomaar accepteren maar is vreemd genoeg toch herkenbaar. Als toeschouwer dwaal je in de soms obscure kamers van de verbeelding van de kunstenaar om tenslotte, verloren gelopen, uit te komen bij de eigen levensvragen over ons bestaan en eindigheid. Hoewel de schilderijen dwingend lijken, toch zal Tatjana Gerhard ons kijken enkel met haar beelden in bochten ‘dwingen’: uitleg geeft ze niet graag en de meeste van haar werken gaan zonder titel door het leven. Het is een bewuste keuze omdat woorden vaak een te duidelijke en eendimensionale richting geven of het beeld anekdotisch maken. Tatjana Gerhard slaagt erin om beelden te maken die zeer aanwezig zijn, en toch ambigu blijven. Het typeert haar zoeken in de schilderkunst, waarbij het grip krijgen op de beelden ook voor haar een uitdaging blijft.

Kijken naar het werk van Tatjana Gerhard doet ons fundamenteel twijfelen over ons esthetische bewustzijn, niet alleen over de wat belegen vraagstukken wat schoonheid is, maar nog meer over de staat van onze westerse (beeld)cultuur. Door de eeuwen heen is langzaam een canon van de westerse kunst gegroeid waarbij kunstenaars het monopolie hadden op het creëren van beelden en hun best deden om ze zo goed mogelijk te maken. Vandaag worden we overspoeld door banale, lege beelden - zoals snapshots en ‘selfies’ - die enkel over het ‘nu-moment’ gaan, beelden die snel geconsumeerd en net zo snel vergeten worden. Schilderijen zoals die van Tatjana Gerhard gaan niet letterlijk over wat er nu gebeurt, maar verhouden zich wel op een eigentijdse manier tot onze complexe beeldtraditie, onder meer door de manier waarop de compositie opgebouwd is en hoe er met kleur en verftoetsen gespeeld wordt. In haar werk herkennen we verwijzingen naar klassieke kunstgenres, zoals het portret en het stilleven, maar evengoed naar kunstenaars zoals Picasso, Soutine of Bacon. Dit neemt niet weg dat ook gebeurtenissen uit de eigen tijdsspanne en herinneringen uit het eigen leven in het werk vervat worden, zowel bewust als onbewust. Een geïnspireerd schilderij verdient haar bestaansrecht net door het samengaan van het eigentijdse en het tijdloze. In elk schilderij van Tatjana Gerhard liggen de verhaallijnen en interpretaties bewust open, als uitdaging om grip te krijgen op een complexe en steeds veranderende wereld. Het beeld over de staat van de mensheid, die zich langzaam kristalliseert in haar werk, creëert dan wel onrust en twijfel, het vormt net daarom ook de aanzet om te denken en te herdenken en zo wilskrachtig keuzes te maken om verder te gaan, zowel door haar als kunstenaar als door ons als toeschouwer.

Groot Park 2, 3360 Lovenjoel
art@whitehousegallery.be
+32 473 391 478
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u
en op afspraak