Call it escapes and flashes

-

Anton Cotteleer

“Memory can change the shape of a room; it can change the color of a car. And memories can be distorted.” (Memento, 2000)

Soms zijn herinneringen wazig. Je denkt je iets te herinneren, je ziet het heel duidelijk voor je. Tot iemand met een ander verhaal komt, dat even geloofwaardig klinkt. Was het dan toch zo? Ging de verbeelding dan toch met mijn herinnering aan de haal?

Anton Cotteleer werkt aan een doctoraat in de kunsten. Vertrekkend vanuit persoonlijke en anonieme familiefoto’s uit de jaren 1970 en -80, onderzoekt hij hoe wazigheid – of visueler uitgedrukt: onscherpte – onze perceptie van een beeld bepaalt én hoe hij dit kan vertalen in sculptuur, zijn voornaamste discipline.

Fotografie geniet een specifiek aura in de kunstbeschouwing. Kijkers hebben immers de neiging om te denken dat een foto de waarheid vertelt – een waargebeurd feit voorstelt. In het geval van Cotteleers fotoalbums is dat grotendeels ook zo: de beelden zijn veelal onschuldige, persoonlijke herinneringen; verjaardagsfeestjes of daguitstapjes waar hij en zijn naasten met plezier naar terugkijken. Wanneer hij de foto’s manipuleert, verdwijnt die onschuldige, banale feitelijkheid. Door op de analoge beelden in te zoomen, selecteert hij fragmenten, geheimen uit de donkerste hoeken van het beeld of handelingen die, eens afgezonderd, een mysterieuzer karakter krijgen.

“When scrutinising the scanned copies, I discover new elements, colours, suggestions and reflections. Since we are dealing with analogue images taken by amateurs, zooming in almost automatically generates an overall ‘blurriness’.” (Anton Cotteleer, An Out-of-Focus Scan, Part 1, 2021)

Door de vaagheid van het ingezoomde fragment, is het voorwerp van de foto amper nog herkenbaar. Hierdoor ontstaan nieuwe vormen, nieuwe interpretaties die Cotteleer zich eigen maakt. Zoals ons geheugen ons soms de meest irrelevante details voorschotelt, of het vaagste spoor van een herinnering behoudt; zo laat de kunstenaar zijn verbeelding hier toe in te spelen op een manipulatie van een persoonlijke, hem maar al te bekende momentopname.

In de eerste publicatie naar aanleiding van zijn doctoraatsonderzoek, An Out-of-Focus Scan Part I, toont Cotteleer hoe hij door inzoomen, uitsnijden en uitvergroten de foto’s bewerkt en een nieuw narratief potentieel schenkt. Dit zijn de eerste stappen in een weg naar de sculpturen die hij uiteindelijk wil bereiken. Elke fase in het denk- en werkproces, van de uitvergrootte foto’s, over het schetsen ervan, reliëfs in siliconen en textiel en tot de sculptuur, is een nieuwe manipulatie en herinterpretatie van het beeld. Met elke vertelde anekdote wijzigt de herinnering, met elke scan komen andere aspecten van een beeld op de voorgrond. Elke nieuwe ingreep op de zogenaamd feitelijke representatie van een moment bevraagt enerzijds de waarheid van het medium en zoekt anderzijds naar de creatie van een nieuw artistiek narratief.

“Blurredness stimulates the critical distance to familiar phenomena. Only when the blurred photograph becomes too abstract to stimulate the imagination of the observer, the process of active perception is broken off.” (Hilde Van Gelder en Helen Westgeest, Photography Theory in Historical Perspective, 2011)

Hoe vertaalt de vaagheid – het gebrek aan scherpte – in Cotteleers foto’s zich naar sculptuur? In eerdere beelden werkte hij met een ‘zachte huid’. De contouren van de sculptuur worden zachter, minder strak afgelijnd, en dus in zekere zin menselijker. Daar ligt een fundament van zijn interesse in het onscherpe, het wazige. Nu onderzoekt hij bovendien de mogelijkheden van (deze) huid in fotografie en reliëfs.

De reliëfs die Cotteleer binnen dit onderzoek creëerde vormen een brug tussen de foto’s en de sculpturen. De foto’s – die overigens ook een eigen soort huid kunnen aanmaken doorheen de jaren, in de vorm van schimmels of andere biologische of chemische reacties van het papier – hebben doorgaans een glad oppervlak, maar de reliëfs kunnen precies voldoende structuur dragen om een verleidelijke tactiliteit te genereren.

Het inzoomen op lichaamsdelen en huid krijgt in de fotografische beelden al snel iets zachts, sensueels. Dat zet de kunstenaar verder in de reliëfs en ongetwijfeld ook in de sculpturen, waar flarden van lichamen elkaar zullen vinden. Op een surreële, bijna hallucinante manier, brengt hij immers lichaamsdelen en objecten samen, die sculpturaal versmelten.

Sinds kort werkt Cotteleer ook in brons, een materiaal waarvan hij de verrassende eigenschappen ontdekte tijdens een workshop in China. Ook in zijn bronzen beelden is er een grote mate van sensualiteit: hoewel er geen sprake is van herkenbare ledematen, is er een vormelijke, lichamelijke beweging, versterkt door de glans en reflectie van het materiaal. Waar in zijn andere sculpturen een zekere onschuld schuilt, door de matte laag vezels, of de luchtigere kleuren, verkent hij in het brons een ernstigere en meer beladen plasticiteit.

Greet Van Autgaerden

“Waarom anders deze hartstocht om de wereld in haar wisselende gezichten te vereeuwigen, waarom de bekommernis om een zo bedrieglijk mogelijke weergave van elke vluchtige impressie, dan om de dingen die dreigden te ontsnappen binnen bereik van de mens te houden?”
(Ton Lemaire, Filosofie van het landschap, 1970)

Het landschap is een van de belangrijkste kunsthistorische genres. Van decor tot symbolisch representatie van een gevoel, over luchtig en ontspannen tot gewelddadig en subliem; van weidse vergezichten tot bloemstillevens: de natuur is alom aanwezig in de kunst. Greet Van Autgaerden is geen landschapsschilder in een traditionele interpretatie van het woord. Het landschap is de aanleiding voor haar werken, die een lang proces afleggen van perceptie, over verbeelding, geheugen en verf, tot het geschilderde beeld. Inspiratie vindt ze voornamelijk in de natuurrijke omgeving van haar atelier. Bomen spelen altijd een hoofdrol, met hun soortgebonden én individuele kwaliteiten en vertakkingen.

Van Autgaerdens schilderijen kenmerken zich door een dialoog tussen figuratieve – herkenbare – landschappelijke elementen en abstracte vormen, vaak quasi-geometrische vlakken in pure, felle kleuren. Beide termen zijn in dit geval relatief: haar renditie van een boom kan figuratief zijn in die zin dat de specifieke boomsoort identificeerbaar is, maar tegelijk werkt ze met expressieve kleuren en verfstreken die maken dat het niet gaat om een realistische weergave. Wél waarheidsgetrouw in die zin dat ze schildert wat ze zelf ziet. Via de abstractere elementen en kleurvlakken van deze nieuwe reeks sluipen voor het eerst ‘mensachtige’ figuren binnen, zonder gezicht en met hun volledige energie naar het landschap gericht. Ook hier gaat het absoluut niet om een graad van realisme; eerder rekent de kunstenaar op de menselijke neiging om antropomorfe kenmerken te zien en zich door een collectieve pareidolie te laten leiden.

“Zo mag ik dan voorzichtig concluderen dat inderdaad elk landschap zowel iets van de natuur als van de mens bevat.” (Ton Lemaire, Filosofie van het landschap, 1970)

In essentie verkent Van Autgaerdens oeuvre de waarneming zelf. De mens kijkt naar het landschap: wat zien we? Als kunstenaar probeert zij haar eigen perceptie en inzichten op het doek over te brengen. En dan met het besef dat een ‘werkelijk’ beeld in principe niet bestaat: iedereen ziet iets anders, zowel in het landschap als in het kunstwerk. De hoogstpersoonlijke verftoets en beeldtaal, in een toegankelijk perspectief, maken dat de kijker zich in het ‘levensgroot’ geschilderde landschap kan verplaatsen.

Van Autgaerden ontleent de titel voor haar reeks Visions fugitivies aan de twintig pianostukken van Sergej Prokofjev. Enerzijds slaat de titel op een vlucht, weg van de werkelijkheid. Het natuurrijke landschap is een typische ontsnapping aan het dagelijkse, drukke bestaan, aan de verplichtingen en beslommeringen; het is een plek die tijd, perspectief en ruimte biedt. Ook voor de kunstenaar is het schilderen in zekere zin een noodzakelijke vlucht; in het werk duiken houdt bepaalde moeilijkheden in, maar sluit misschien andere moeilijkheden uit.

Anderzijds kunnen we de titel ook associëren met de vluchtigheid van een gedachte en een beeld. De menselijke figuren die in de werken voorkomen, gaan een relatie aan met het landschap om hun gedachten vrij spel te geven. In de natuur ontstaat ruimte voor reflectie. Dat is voor Van Autgaerden zo – daar haalt zij immers onaflatend haar inspiratie – en voor de meeste personages die, van de romantiek tot nu, in het pastorale of sublieme landschap figureren. Die gedachten, zwaar of licht, zijn echter niet het onderwerp van het werk. Eerder draagt het landschap en diens veranderlijkheid de efemeraliteit van de menselijke reflectie in zich. Bovendien is er ook een artistieke vluchtigheid: Van Autgaerden neemt een beeld waar en wil dit bewaren om vervolgens opnieuw te construeren in het doek. Een waargenomen beeld – ‘correct’, maar eerder: trouw aan haar persoonlijke perceptie – uit het canvas halen is een voortdurende worsteling met verf en vorm. Het beeld ontsnapt steeds weer: slechts op vluchtige momenten toont het zich, en staat het de kunstenaar toe om het gestaag verder te onthullen.

Tamara Beheydt

Groot Park 2, 3360 Lovenjoel
art@whitehousegallery.be
+32 473 391 478
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u
en op afspraak