Entre Chien et Loup

-

Whitehouse Gym

Kunst als een particuliere oefening in een verre echo van sprankelend post-war sculpture (*)

De artistieke productie van Caroline Coolen is de emanatie van een met blote handen wroetend onderzoeken en zoeken naar een beeldtaal die wars van tendensen in de actuele kunstwereld peilt vanuit 'animalistisch' geïnspireerde drijfveren naar de stand van zaken in de in opspraak verkerende humane existentie.
Caroline Coolen werkt in een rurale context; een omgeving die meer en meer als “vreemd en vervreemdend” wordt beschouwd binnen het actuele moderne en 'ver weg' van de natuur ge(s)maakte mensbeeld. De mens is de organische link met de natuur verloren; de natuur wordt op een artificiële manier gecamoufleerd in cultureel-toeristische verpakkingen zoals parken, beheerde bossen met perfect onderhouden wandelpaden ... en in geprepareerd voedsel waar de oorsprong ervan haast niet meer is te traceren.

Caroline Coolen werkt aan een divers oeuvre op een plaats waar de natuur – “den buiten” – nog volop in haar huid ademt. Haar atelier is geen ordelijke studio met lege tafels vol pc's en tal van assistenten.
Zij werkt in haast permanente leef- en werkverbouwingen aan een dwarse twee- en driedimensionale beeldtaal, gekenmerkt door eenvoudige motieven die doordrongen zijn van een innige symbiose met de onvatbare zijns-toestand tussen mens, dier en heelal.
Haar artistieke werk zoekt de gladde schoonheid niet op; haar werk krijgt gestalte en vorm via het omzetten/dupliceren van gerecycleerde materialen die niet zelden te maken hebben met renovatie-bouw.
Het zich toe-eigenen van aftands, doorleefd en in economisch standpunt waardeloos geworden materiaal en dingen maakt dat haar 'grondstoffen' al een lang en intens leven in zich dragen; een leven dat veelal de erosie laat zien van tijd en klimaat zodat haar artistieke toevoeging een verband blijft behouden met de in se onbeduidende historiek van dat materiaal.
Caroline Coolen omringt zich met veel bruikbaar afval en zoekt de anomalieën op van het verval in de plooien tussen natuur en cultuur. Ze is een archeologe die datgene wat ze vindt omzet in beelden die de tijd te snel af is.
Als een archeologe met een gericht oog voor het banale, maakt zij “afdrukken” op en van de voormalige verweerde en verwaarloosde pistes van de militaire luchthaven/vliegbasis Brustem/Sint-Truiden. Als zij bij toeval tijdens de verbouwingen in haar woonst, een skelet onder de vloer vindt van een hond, zet zij de restanten om in de sculptuur “Black Dog” met zwart en paars glas.
Via datgene wat ze als “merkwaardig” vindt, produceert ze kunst waarin tijd en inhoud zich aandienen als diafaan en 'glazig' mysterieus.
Onkruid zoals distels overwoekeren uiteindelijk alles wat door de mens “over” de natuur netjes werd aangelegd; distels triomferen op korte tijd en in een oogwenk, ongevraagd met onaanraakbare verheven stekels op het tarmac van de start- en landingsbanen van de militaire luchthaven die tegelijk ooit instond voor het verdedigen van het inheemse én het inpalmen van uitheems grondgebied.
Een reeks in brons gegoten mens-hoge distels “Thistles” leunt als soldaten tegen een muur van haar atelier. De distels zijn het symbool van anti-natuur, van onaangenaam prikkelend onkruid dat niet wordt getolereerd en dat moet en zal worden verdelgd. Kortom distels zijn anti-zuiverheid; stoorzenders in onze idyllische kijk op wat wij verstaan onder de rubriek ideale natuur.
De visueel ruw ogende distels worden eens “verplaatst” in de context van de actuele kunst, “tekens” die een abjecte verwijzing in zich(t) houden tegenover het ideale denken over strakheid en onbezoedelde schoonheid.
Distels worden hier het voor- en onderwerp van een dubbele discussie. Enerzijds wordt de distel via een kunstmatige representatie centraal geplaatst in een kunst-context waarbij de afzondering wordt gevierd tussen de kunst en de realiteit én tegelijk wordt onkruid dat hoogstens bedoeld is om uit te roeien, een artistieke vorm verleend die haar organische schoonheid benadrukt.
De reeks “Thistles” ” wordt tegelijk een 'beeld-voortschrijdende' echo in een ander kunstwerk dat bestaat als 'gedrukt' op een verzinkte metalen plaat waarop het motief is aangebracht van een gepixelde distel. Hier wordt het motief van de distel uit haar vertrouwd afbeeldend verband gerukt en verwordt het tot een soort logo van iets dat met een toekomstbeeld heeft te maken.
De gepixelde distel is een abstractie van een ding uit de natuur dat minimaal vervelt in een door de pc aangestuurde geo-tekening.
Caroline Coolen speelt hier een handig hoog spel met natuur en cultuur door een kunstwerk esthetisch te converteren tot een logo, als een gelieerde representatie waarin in concreto de relatie met het stekelend origineel volkomen is verbannen.

(Ondertussen loopt in en rond haar atelier en huis een slanke en lenige hond niet zonder nerveus gedrag, op en aan én op en af de trap die leidt naar haar werk- en leefruimte).

Aan de muur hangt een reeks mallen van lichtbruine kunsthars met de gladde vorm van (gevilde) honden; het doet vermoeden dat Caroline Coolen houdt van het absurde door merg en ziel snijdende oeuvre van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman.
Bij één van zijn fameuze carousels, poneerde deze eminente kunstenaar: “From the beginning I was trying to see of I could make work that was just there all at once. Like getting hit in the face with a baseball bat. Or better, like getting hit in the back of the neck. You never see it coming; it just knocks you down”.
Die impressie slaat ook de kijker soms om de oren, oog in oog bij de kunst van Caroline Coolen, waarbij hype representaties van de wereld 'nu' knal aan haar voorbij gaan. Haar werk confronteert de bezoeker met beelden die langs de fonkelende interesses glijden van bijvoorbeeld actuele, instant politiek-correcte kunst. En dat is te beschouwen als een daad van zacht verzet tegen het culturele primaat van de snel evoluerende actualiteit, binnen de wereld en de kunst.
Het werk “Black Swan” stroomt uit een zelfde sculpturaal verlangen om vanuit bestaande “afgeschreven” voorwerpen zoals van die gitzwarte, versleten autobanden - die niet zelden belanden bij de boeren die ze gebruiken om de zwarte zeilen bovenop mesthopen tegen tij en ontij op hun plaats te houden – krijgt in haar visie een reep in brons gegoten band, een sierlijke draai in de vorm van een aanlokkelijk-primaire verwijzing naar een zwaan. De concrete plompheid van een autoband versus de gestileerde afgeleide in brons ervan in de vorm van zwaan!
Caroline Coolen bezweert het enorme overtollige residu-depot van natuur en consumptiegoederen en blaast het op één of andere manier een nieuw formeel leven in waarvan de oorsprong van dat gerecycleerde materiaal haar kunstwerken opladen met telkenmale inhoudelijk dubbele bodems. Haar oeuvre is door en door doordrongen van een mix van object-vertrouwdheid, “dépaysement” van situaties en omstandigheden én van het integreren van een sterk gevoel van tijd in materie.

“Polilla” is een reeks waarin opnieuw een vertrouwd en haast van alle inhoud ontdaan gedrukt motief zich nestelt op verzinkte platen die bouw-afbraak-gewijs werden gerecupereerd. Het motief van een nachtvlinder – een mot – beklijft als een zeldzame symbiose tussen een door de tijd verweerde drager en de wijze van aanbreng van het motief. De mot zit erin; dat is ook soms merkbaar aan de massale 'anything goes' actuele artistieke productie, waarbij recente discours-armoede de vrije macht verleent aan de grillige modes en tendensen.
De mot als een symmetrisch motief klampt zich vast aan de gammele metalen platen en wijst ons zijdelings op de dualiteit tussen dag en nacht; tussen datgene wat zichtbaar is en dat wat in de schemer blijft (rond)hangen. Caroline Coolen steekt haar interesse voor de volkskunst van het voormalige Oostblok-land Roemenië niet onder stoelen of banken. Bij een Polilla-plaat zijn elementen uit het metaal gesneden die zijn afgeleid van de vrolijke, decoratieve houtsnijkunst in de gevels van Roemeense huizen op het platteland; het land van de Meester beeldhouwer Constantin Brancusi.

Kunst blijft een mentale zaak, alsook het eenzame maken ervan. Het schetsen op papier is niet zelden het 'denkend' proces dat voorafgaat aan de creatie in concreto.
De reeks “Bozzetti” is te beschouwen als Caroline Coolen's oefenen in klei, aangevuld met de assemblage van fragmenten van volks en soms devoot porselein van weleer.
Het schetsen zet de twijfel om in denk-beelden, in 'modellen' die het beeld-conceptuele denken converteren in een vorm.
De “Bozzetti” van Caroline Coolen ontwaren soms het statuut van een maquette die hongert naar meer monumentale proporties en een onderhuids verlangen van een présence in de openbare ruimte.

Het oeuvre van Caroline Coolen is een feest voor het oog; een feest met een angel erin omdat haar werk tegendraads inspeelt op het actueel versnelde consumeren van kunst. Het conflict van en met de hedendaagsheid van kunst speelt in de productie van Caroline Coolen zich af als bij een positief-wringende trial & error beweging.
De monumentaal gelaagde print “Fest” is daarvan een mooi verwijs; via houtsnede en monotype slaagt zij in dit werk een synthese te realiseren waarin haar motieven door elkaar worden afgebeeld én waar de decoratief gekartelde motieven als weerhaakjes blijven na-zinderen in ons al te routineus en waardevrij kijkgedrag naar kunst.

Luk Lambrecht.
April 2021

(*)
De titel van deze tekst kan ook het slot ervan betekenen. De kunst van Caroline Coolen 'internaliseert' tal van kenmerken die de internationale (beeldhouw)kunst van pakweg vanaf Auguste Rodin kenmerkt.
Haar oeuvre danst op het bochtige reliëf van het verhaal en discours van de moderne beeldhouwkunst; dat is “voer” voor mogelijk een andere, brede bedenking.

Groot Park 2
3360 Lovenjoel
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u