The painted picture show

Whitehouse Gallery
Vernissage Sunday September 13, 3 - 8 PM

Reflectie / deconstructie

Er is teveel gebeurd om nog gewoonweg te schilderen wat zich aan ons voordoet – met de aloude genres landschap, portret, stilleven en allegorie redden wij het niet meer. Er is teveel gebeurd in de periferie van de kunst: sinds het midden van de negentiende eeuw hebben zich nieuwe technieken en media geënt op de oude stam van het kijken. De reclame heeft zich van de openbare ruimte meester gemaakt. De fotografie is een eigen genre geworden – van een wetenschappelijk-technologisch fenomeen heeft zij zich ontwikkeld tot een zelfstandig medium. Karikaturen veroverden de bladzijden van kranten en tijdschriften. Kindertekeningen en krabbels van psychiatrische patiënten hebben burgerrechten verworven, mogen gezien worden. Een stroom van bewegende en stilstaande beelden beukt elke dag op ons netvlies. Wat niet tot beeld is getransformeerd, is niet interessant of heeft zelfs nooit plaatsgevonden: wat we in het restaurant op ons bord krijgen, de dagelijkse zonsondergang, hoe een zwarte arrestant door een politieman wordt verstikt. Zo is het statuut van het beeld zelf van karakter veranderd. Van ornament, divertissement en uiting van macht en welstand is het getuigenis, commentaar en woordeloos gespreksonderwerp geworden. Er is teveel gebeurd om gewoonweg te schilderen wat zich aan ons voordoet.

De vier kunstenaars die hier vandaag exposeren, denken elk op hun eigen manier na over wat een beeld kan zijn. Zijn de kleurrijke, sculpturaal opgebouwde schilderijen van Simona Mihaela Stoia (°1982) landschappen of herinneringen eraan? Zij suggereren een ruimte, maar bieden er ook zelf een aan: in elk van deze schallende, genereuze doeken kun je wonen en wandelen. Sarah De Vos (°1985) werkt met olieverf op houten panelen, waarna zij een transparante laag epoxyhars aanbrengt, een waas die reflectie mogelijk maakt en afstand creëert – je mag ‘reflectie’ ook figuurlijk begrijpen, met epoxy als visueel equivalent van ‘witte ruis’. De titel- en lijstloze werken van Tatjana Gerhard (°1974) verkennen de grenzen van de picturale conventies: zij deconstrueert klassieke poses en een genre als het portret tot problematische beelden in olieverf op canvas, laat sporen achter en laat het aan ons over om de intrige te ontrafelen (of te verzinnen). In het werk van Stijn Bastianen (°1987) treffen we een gelijkaardige ontbinding van de werkelijkheid aan. Zoals in karikaturen, dromen en grimmige sprookjes worden details zwaar aangezet – Grosz en Ensor komen om het hoekje kijken. Van de zichtbare werkelijkheid blijven fragmenten en sporen achter, die de schilder in nieuwe settings opvoert. Zo reflecteren deze vier kunstenaars elk op zijn of haar manier over de evidentie van de wereld en het statuut van het beeld. Misschien is dat wel de grondhouding van het moderne en van elke vorm van hedendaagse kunst: de grenzen opzoeken van wat wij als problematisch ervaren.

Eric Min, augustus 2020