Where did it go?

-

Where did it go?

Stéphanie Baechler

Stéphanie Baechler reist tussen Zwitserland en Amsterdam, maar voelt zich evenzeer thuis in het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk (NL) waar ze in 2021 een derde residentie heeft doorgebracht met een deel van deze tentoonstelling als resultaat.

Amper een jaar geleden ontvouwde de artistieke praktijk van Baechler, die haar wortels kent in de modewereld, tot unieke afgietsels in brons, keramiek of aluminium omhuld in de sporen van textielwerk. Vandaag slaat Baechler met gebarsten keramiek een nieuwe onontgonnen weg in van het medium dat ze zelf ‘hardware’ noemt. Ze onderzoekt de mogelijkheden van klei letterlijk tot het breekpunt waarbij ze zich laat leiden door de vorm en beeldtaal van het materiaal en het productieproces zelf. De grenzen van de klei monden uit in cracks. In de ruimte gevormd door het gescheurde landschap ligt hier en daar een sprankel hoop in verborgen. Het zijn tactiele oppervlakken waarin je kan verdrinken maar evenzeer in de diepte van het materiaal verrast wordt door de magie van nieuw leven bijvoorbeeld in de vorm van een stukje groene glazuur.

De minder abstracte hedendaagse bas-reliëfs doen denken aan maagdelijke taferelen door de frivole silhouetten van een menselijke figuur die ze in zich dragen. Tedere gebaren herinneren de aanraking van een moeder. Bijzonder wordt het wanneer Baechler puzzelt met silhouetten van verschillende glazuren in een vreedzaam kleurenpalet met speelse ruimtelijke collages als resultaat. Een beladen en iconografisch karakter blijft achterwege en maakt plaats voor een atypisch bouwpakket.

Borduursels van haar hand worden subtiel ingezet om afdrukken in de klei te integreren, als een lint van woorden dat doorloopt doorheen haar oeuvre. Elk werk grijpt terug naar een vorig en kondigt het volgende aan. Zo bouwt ze verder aan een verhaal dat zich niet enkel materieel vertaalt maar ook een autobiografisch spoor laat in de titels van de werken. Als flarden van gedachten is er in deze tentoonstelling ook een voordracht te horen. Het is een gedicht dat Baechler zelf schreef en waarmee ze (in samenwerking met geluidskunstenares Vica Pacheco) een auditieve horizon verkent binnen haar praktijk.

Zij die vertrouwd zijn met het experimentele en breekbare werk van Baechler weten dat de zorgvuldig geconstrueerde verpakkingsdozen een onuitputtelijke bron van inspiratie zijn geweest voor een zachter artistiek parcours in nauwe samenwerking met het textielmuseum in Tilburg. In ‘Where did it go’ presenteert Baechler twee nieuwe Jacquard weefsels of tapijten. De gebaren, tekst en tekstballonnen kunnen geïnterpreteerd worden als beeldende vertaling van een honger naar een wereld vervuld van dialoog en aanraking. De titels refereren aan sibillen, vrouwelijke orakels ten tijde van de Grieks-Romeinse oudheid. Deze maagdelijke prinsessen kennen klaarblijkelijk onze toekomst en reiken ons de hand. Maar zijn wij nog in staat hen tegemoet te komen of richten wij onze virtuele blik naar het niets?

Lieven De Boeck

Elke tentoonstelling is een moment in de tijd en gelegenheid voor kunst om te ontstaan. In ‘Where did it go?’ herdenkt Lieven De Boeck zijn eigen werk als een nieuwe ontmoeting, een uitnodiging aan zichzelf en de toeschouwer om betekenisvolle relaties binnen zijn oeuvre en in dialoog met het werk van Stéphanie Baechler te verkennen.

Zonder in herhaling te vallen regisseert en monteert De Boeck beelden zoals bij een puzzel of mikadospel dat verschillende gedaantes kent. ‘Where did it go?” vormt in combinatie met recenter werk het derde verlengstuk van de tentoonstelling ‘Image Not Found’ die eerder te zien was in het FRAC in Marseille (2016) en ‘Objet Trouvé’ in Museum Dhondt-Dhaenens (2017). Net als toen is de tentoonstelling opgebouwd rond de puzzelwerken die een vormelijke vertaling zijn van het alfabet dat De Boeck zelf heeft ontworpen. Het werk Puzzle #2: Demount bestaat uit zeven letters waarvan Letter E de Modulor presenteert die symbool staat voor de menselijke maatvoering in de moderne architectuur van Le Corbusier.

Het objectiveren van het gedachtengoed van de kunstenaar resulteert in de combinatie van raadselachtige elementen die de status van de gepresenteerde objecten bevragen en inspelen op het begrijpend vermogen van de toeschouwer. Toch kiest De Boeck voor een presentatie op klassieke sokkels waardoor deze werken dankzij de toegankelijke schaal op het eerste gezicht visueel herkenning oproepen. De driedimensionale ruimte is de meest eenvoudige abstractie van de waarneming die nodig is om de afmetingen of locaties van objecten in de alledaagse wereld te beschrijven. Maar wie beter kijkt verwondert zich over meer fluïde dimensies van onze observeerbare wereld. Zo verblijft de sterspeler van Le Corbusier in het gezelschap van onmeetbare dingen zoals het smelten van ijs, het wachten bij een schaakspel of de rimpeling in een vlag. Ook de ingrijpende verstoring van de natuur door de mens schijnt vandaag niet langer meetbaar maar wordt wel tastbaar in het werk Ocean Chart waar je het fonkelende plastic drijvend op de oceaan als zeldzame diamant van dichtbij kan bewonderen. (Dit werk werd eerder tentoongesteld in Kasteel de Lovie naar aanleiding van het kunstenfestival Watou in 2021.)

Hoewel De Boeck de kunstwereld verrijkt met werk in heel diverse materialen zoals glas, papier, textiel, neon, vuur, water, wind, zand … schuilt de magie van het werk van De Boeck evenzeer in de afwezigheid van materie. Van idee tot uitvoering gaat een doorgedreven materiaalonderzoek vooraf aan het scheppen van nieuwe creaties. Waar Stéphanie Baechler materiaal creëert, onstaan bij Lieven De Boeck ook nieuwe beelden door reductie zoals in het werk Letter O. Op een papier van een cursusblok ontdubbelt LDB volgens de regels van zijn eigen alfabet, een tweeling figuur door de bovenste laag van het papier weg te laseren waardoor de houtvezels zichtbaar worden. In de afwezigheid van het materiaal en het doorbreken van het patroon ontstaat licht en transparantie. Deze spanning tussen het volume en de contour heerst ook in het werk Five Rings, Found-transported-restored and Hanging waar lichtgevende cirkels een stukje van de driedimensionale ruimte vangen en omsluiten.

De praktijk van Lieven De Boeck beschrijft ook in de vierde dimensie: de tijd. Zijn werk staat vaak in verbinding met het moment waarop het getoond wordt door een gedaantewisseling of performatieve handeling. Opnieuw bestaat de actie in het ontbreken ervan zoals bij de mikado’s die naast breekbaarheid ook het construeren en ontmantelen verbeelden. In het universum van De Boeck worden elementen aangereikt die de kijker visueel op het eerste zicht niet in elkaar kan puzzelen, of toch? Het lezen van dimensies vraagt tijd en tijd vraagt ruimte.

Februari 2022
Louise Goegebeur

Groot Park 2, 3360 Lovenjoel
art@whitehousegallery.be
+32 473 391 478
Openingsuren
Vrij-Zat-Zon 14-18 u
en op afspraak